Dé jongknapen, jawel met nadruk op dé, uit het 5e en 6e leerjaar gaan graag op ruiltocht, zwijntjestocht, rechtdoortocht en noem maar op. Ze zijn niet bang zich vuil te maken en doen dit onder het toeziend oog van hun leiding. Deze houden hun knapen graag bezig en laten ze al eens zweten met marcheeroefeningen. Op kamp mogen ze in tenten slapen en het gaat er meestal luidruchtig aan toe. Gelukkig komt de leiding zich af en toe moeien en kunnen ze hun knapen in bedwang houden. |
|---|
Thijs |
|
|---|---|
Jobbe |
|
Sil |
|
Judith |